Bijzondere dieren

De dieren die in het Nationaal Park Lauwersmeer wonen maken de omgeving nóg mooier. Kom ze bezoeken in hun natuurlijke habitat.


Konikpaarden

De konikpaarden behoren tot de grote grazers in het Lauwersmeergebied. Ze snijden het gras bijna tot de grond af met hun tanden. Het komt door de grote grazers dat het landschap van het Lauwersmeer zo gevarieerd blijft.

De koniks zijn speciaal gefokt om de oerpaarden terug te krijgen die in het wild kunnen overleven en in grote natuurgebieden grazen. Gedomesticeerde paarden zijn vaak te zwak om de winters te overleven. In Polen hebben speciale fokprogramma’s getracht de wilde oerpaarden, de tarpans, terug te krijgen. Hier zijn de koniks uitgekomen.

Konikpaarden Konikpaarden

Schotse Hooglanderk

De Schotse Hooglanders komen in grote aantallen voor in het Lauwersmeergebied in tegenstelling tot de zeearend, waar er maar enkelen rondvliegen. De Hooglanders zijn eind jaren 80 naar Nederland gehaald om de natuurgebieden in bedwang te houden. Ze grazen over grote grasvelden en zorgen dat het gras kort blijft. Hierdoor groeit het Lauwersmeergebied niet dicht met bossen en krijgen andere plant- en diersoorten een kans zich hier te ontwikkelen.

Schotse Hooglanders zijn niet heel erg groot in verhouding met de bekende Nederlandse koe. Hoewel ze er gevaarlijk en stoer uitzien met hun grote horens zijn, zijn het wel vriendelijke dieren. Bovendien zijn ze een genot om naar te kijken. De meest voorkomende kleur is roodbruin, maar dit kan variëren tot zwart en crèmekleurig.

De winter is geen probleem voor de Schotse Hooglanders. Ze houden er van om buiten te grazen en als het gras op is eten ze ook struikjes en jonge boompjes. Alleen als er in de winter niet genoeg voedsel te vinden is voor de Hooglanders, moeten ze tegen het eind van de winter bijgevoerd worden. De koniks en Hooglanders zijn dan al erg afgevallen. Konikpaarden kunnen prima een kwart van hun gewicht verliezen, Hooglanders nog meer. In het voorjaar komen deze kilo’s er weer aan als er weer genoeg voedsel te vinden is. 

Schotse Hooglander Schotse Hooglander

Zeearend

Horen doe je deze vogel bijna niet, maar zien des te beter. Als de zeearend met gespreide vleugels door de lucht zweeft, is hij minstens twee meter breed en een meter lang. Sinds 2010 broedt deze ‘vliegende deur’, zoals zijn bijnaam luidt, in het Lauwersmeer.

Zeearend Zeearend

Roerdomp
De roerdomp is een wat gedrongen geelbruine reiger en bijzonder schuw. Zodra er gevaar dreigt, neemt hij zijn paalhouding aan. Stokstijf rechtop staand tussen het riet valt hij nauwelijks op. Roerdompen broeden in het uitgestrekte rietmoeras en het dreunende hoempen, baltsgedrag van de mannetjes, is vanaf maart tot en met juni te horen. Op zijn menu staan kikkers, vissen, grote insecten en ‘s winters ook muizen.

Lepelaar
De lepelaar is een opvallende verschijning met zijn witte verenkleed en opvallende snavel. De vogel broedt op de Waddeneilanden, maar komt naar het Lauwersmeergebied om te foerageren, zoekend naar garnalen en stekelbaars. Vanaf eind augustus verzamelen honderden lepelaars (ouders en jongen) zich in het Lauwersmeer voor hun tocht naar het overwinteringsgebied in West-Afrika (Mauritanië en omstreken).

Lepelaar Lepelaar

Otter
Eind jaren tachtig was de otter uitgestorven in Nederland. Maar na het uitzetten van otters in NP Weerribben-Wieden in de Kop van Overijssel, begon de otter aan een opmars naar het noorden. En met succes! Sinds enkele jaren is er een populatie van dit prachtige waterdier in het Lauwersmeergebied aanwezig en ze voelen zich thuis!


Brandgans
De brandgans is een compacte gans en goed herkenbaar aan zijn zwarte hals en wit gezichtje. Deze gans broedt op Spitsbergen, maar overwintert met duizenden in het Lauwersmeer. In voor- en najaar, tijdens de vogeltrek, kun je zo maar op één dag 30.000 brandganzen zien overvliegen, een indrukwekkende ervaring.



Deel deze pagina